Welcome

My virtual playground. Meer info

Verslag Ierland

Hier een verslag van ons low-budget reisje naar Ierland, meer bepaald het schiereiland Dingle.

Low-budgetters zijnde, vlogen we met ryanair, dat vliegt op Shannon. Vanuit Shannon is het een drie uur durende busrit tot in Dingle (over Limerick en Tralee).

Dinsdag, 8 februari: dag 1

We landden rond een uur of twee in de namiddag in Shannon. Na een relatief lange busrit kwamen we tussen vijf en zes ’s avonds aan in Dingle. Nog snel even boodschappen doen en hup, met de rugzak aan de wijde wereld instappen. Na een uurtje stappen was het al donker en besloten we de tent op te zetten in een weide tussen de schapen.

Woensdag, 9 februari: dag 2

We besloten direct de bergen over te trekken naar de noordkant van het schiereiland. De pas over de bergen, meer bekend onder de naam Connor’s pass, was een straat. Avontuurlijk als we waren namen we natuurlijk een pad, of iets dat er ooit moet op geleken hebben. Toen we aan “het pad” aankwamen was er natuurlijk nergens een pad te bekennen. Het werd dus wat lukraak omhoog stappen door een gebied dat door de grote hoeveelheid water en mos eerder op een moeras leek.

Na de berg beklommen te hebben kwam ons pad terug op de straat uit. Zo gingen we verder naar het gehucht Cloghane. Daar mochten we bij de man die het toeristenbureau openhield een kopje thee gaan drinken. De man, Joe genaamd, was heel vriendelijk. Hij zoekt trouwens mensen die hem willen helpen om zijn door de vloed ondergelopen huisje op te knappen. In ruil geeft hij kost en inwoon.

Dan gingen we verder naar een ander gehucht, Brandon genaamd. Daar deden we onze laatste inkopen. Het weer werd echter iets guurder. We, eigenlijk vooral Wouter, besloten toch mount Brandon op te stappen om op de flanken een kampeerplek te vinden. Toen het weeral bijna donker was begonnen we de tenten op te zetten, maar door de heel hevige wind lukte dit niet zo goed. En eens ze rechtstonden, blaasde de wind ze direct weer plat. De tent van Djano hield er 2 geplooide buizen aan over. Gelukkig passeerde toen plots een jeep die ons in de problemen zag en aanbood om ons terug naar het dorpje te voeren. Na enig gebabbel merkte hij dat we nog compleet geen slaapplaats hadden en voerde ons naar zijn schoonvader. Gelukkig, want de storm werd steeds heviger.

Aangekomen bij de oude man bleek dat we zelfs in een echt bed mochten slapen! De man in kwestie was een gepensioneerde Engelsman die vroeger steam-engine engineer was. Boeiend! We babbelden nog gans de avond voor het haardvuur…

Djano bij het haardvuur Djano bij het haardvuur

Donderdag, 10 februari: dag 3

De derde dag begon relaxed. We werden wakker, aten ontbijt met een gekookt eitje en babbelden nog even met onze gastheer. Na het ontbijt stond hij erop dat we zijn hobbyruimte eens zouden bezoeken. Die stond vol met miniatuur stoommachines en de werktuigen om deze te maken. Indrukwekkend!

Onze gastheer Onze gastheer in zijn “workshop”. Bemerk links een miniatuur-stoommotor.

We mochten nog een ganse week blijven maar zoals het echte avonturiers beaamt gingen we verder het onbekende tegemoet! Na afscheid genomen te hebben vertrokken we richting mount Brandon. Het beloofde een lange klim te worden.

Het pad (beter: het gebied tussen twee opeenvolgende paaltjes) werd steeds stijler naarmate we de top naderden. Door de dichte mist hadden we ook moeite om te zien waar het volgend “paaltje” stond. Het dient ook opgemerkt te worden dat onze anders zo stoere Djano steeds meer moeite had ons tempo te volgen. De weg naar beneden was mooier want minder stijl en dus uitgestrekter (voor zover we door de mist daar iets van zagen).

Waar zitten we? Wouter zoekt de weg

Aan de voet van mount Brandon Genieten van het uitgestrekte, lege landschap

Djano aan het pissen Djano houdt een sanitaire stop

Daarna stapten we nog een ganse tijd langs de kust verder tot we een ideaal kampeerplekje gevonden hadden. Net op tijd want het begon te regenen!

Vrijdag, 11 februari: dag 4

En het bleef de ganse nacht doorregenen. ’s Morgens stopte het even met regenen en we haastten ons om de tent af te breken. Helaas begon het daarna opnieuw te regenen. De rest van de weg naar Dingle stapten we door de regen op een straat.

In Dingle aangekomen aten we in een gezellig dingetje fish ‘n chips. Lekker calorierijk, want dat hadden we wel nodig! We namen afscheid van Wouter—want die moest zaterdag al terug thuis zijn—en gingen op zoek naar een jeugdherberg. Ja, een jeugdherberg. Dan konden we tenminste ons natte kleren eens drogen!

De dichtstbijzijnde jeugdherberg bleek te Grapevine hostel te zijn. Behalve een vriendelijke Duitser en enkel vrouwen die het Gaelic bestudeerden was er niet zo veel volk. Gelukkig maar want de gezellige gemeenschapsruimte-met-openhaard was niet zo groot. We droogden onze spullen, deden nog wat inkopen en brachten de avond door met een boek voor de openhaard!

Zaterdag, 12 februari: dag 5

Djano had sinds de dag voordien veel last aan zijn voet, dus besloten we niet verder te gaan. In de plaats daarvan sliepen we uit, douchten eens en we ontbeten op ons gemak. In de namiddag wandelden we eens tot aan de vuurtoren net buiten Dingle. Helaas denk ik dat we verkeerdelijk een oude wachttoren als vuurtoren aanschouwden en dus te vroeg terugkeerden. Djano’s slechte voet en de orkaanwind zullen hier ook wel in meegespeeld hebben…

Een schapenweide bij Dingle Yours truly op weg naar the lighthouse

Hierna gingen we in Dingle een stuk taart en een potje koffie drinken. Ondertussen schreven we ook nog wat kaartjes. Dan trokken we terug Dingle uit op zoek naar een geschikt kampeerplekje. Na een goed uur stappen vonden we een ideale schapenweide. We konden onze tent net tegen een rij bomen zetten zodat de nog steeds felle wind ons tentje niet omverblaasde. Onder het getik van de regen en het geschud van de tent vielen we in slaap.

Zondag, 13 februari: dag 6

De wind blaast in onze tent Net als gans de nacht had de wind het in de ochtend nog steeds op onze tent gemunt

We besloten terug te keren naar Limerick om daar onze laatste “echte” dag door te brengen. Rond een uur of 12 begonnen we te liften, in de hoop van tegen de avond in Limerick (meer dan 150km verder) aan te komen. We hadden geluk: na vijf minuutjes liften stopte al een vriendelijke Amerikaan die toevallig langs Limerick moest. Ideaal! Tegen een uur of 4 kwamen we aan. Djano haalde zijn trotter boven om een hostel te zoeken. Na een tijdje zoeken kwamen we tot het besluit dat de jeugdherberg waar we op zoek naar waren recentelijk afgesmeten en vervangen was door een appartementsblok. Het was zondag, dus de toeristeninfo was ook al gesloten. Na alweer een tjidje zoeken en rondvragen kwamen we tot de pijnlijke constatatie dat in Limerick (> 120.000 inwoners) geen hostel te vinden was.

We besloten dan maar aan huizen aan te bellen om te vragen of we niet in hun tuin mochten kamperen. Het eerste huis was alweer direct bingo. Er bleken verschillende oude dametjes te wonen. Helaas, zeiden ze, konden ze ons niet toelaten in hun tuin te kamperen. Aangezien ze ons niet met lege handen naar buiten wouden sturen maakten ze snel enkele boterhammen klaar voor ons. Met onze Burger King hamburger nog op onze maag besloten we uit dank alle boterhammen op te eten. Het was er één teveel…

Op aanraden van de oudjes gingen we naar de abdij een paar straten verder, die hadden een pleintje waar we allicht onze tent wel zouden mogen opstellen. De zondagavondmis was juist bezig. In tegenstelling tot de Belgische kerken zat deze kerk stampvol. De mensen stonden tot in het portaal. Na de mis gingen we bij de pastoor van dienst en vertelden hem ons probleem. Het was in orde. De priesters en broeders nodigden ons vriendelijk uit om in hun achtertuin te kamperen.

Na enig gediscussieer onder de geestelijken bleek dat ze zelfs nog een kamer vrij hadden waar we gerust konden overnachten. Nog beter! Dus we installeerden ons in die kamer en dronken een potje thee met een vriendelijk broeder genaamd Brother Seamus. Tijdens het vertellen van onze avonturen op mount Brandon bleek dat die broeder 50 jaar eerder meegeholpen had met het plaatsen van de paaltjes op die mount Brandon. Van toeval gesproken! Net zoals de andere inwoners van de abdij gingen we vroeg slapen.

Djano in het klooster Lekker comfortabel in onze kloosterkamer

Maandag, 14 februari: dag 7

Na een rustig ontbijt tussen de broeders en wederom een uitnodiging om nog wat langer te blijven pakten we onze spullen, namen afscheid en trokken opnieuw richting Limerick-centrum.

Voor de mensen die ook via Shannon naar Ierland gaan en er over nadenken dit stadje eens te bezoeken: niet doen!!! Er valt absoluut niks te beleven.

In de namiddag begaven we ons naar de baan richting Shannon om al liftend op de luchthaven te komen. Weeral hadden we geluk. Na nog geen vijf minuten konden we meerijden met een geïmmigreerde Chileen die ons tot Shannon-dorp bracht. Vandaar was het een goed halfuur stappen tot de luchthaven.

Hierna restten ons 15 uur van vooral verveling, weinig slaap en nog eens verveling. Wachten op een vliegtuig kan lang duren!

Maar we waren tevreden. Ondanks het mindere weer hadden we toch weer het één en ander meegemaakt. Budgettair was het weer een hoogvlieger: € 82 voor de vlieger naar Shannon en een € 50 ter plaatse opgedaan. Wie doet beter?

18 February 2005, 09:39 | Link | Reacties [2]

Foto gepubliceerd!

Vandaag kreeg ik de Avontuur-bronchure van Joker in bus. Zoals steeds begon ik er mij direct in te verdiepen. Ook dit jaar is het weer een mooi vormgegeven boek met een grote verscheidenheid aan reizen, vergezeld van de nodige fotos.

Snel bladerde ik door naar de Nepal-reizen om te zien of er geen foto van mij of een ander groepslid instond. Helaas. Niks.

Maaaaarrrr! Al snel zag ik dat op de overzichtspagina van Azië wel degelijk één van mijn fotos prijkte! Het prachtig rijstveld dat ik even buiten Kathmanu trok, staat er linksonder te pronken! Voilà!

10 January 2005, 16:43 | Link | Reacties [5]

|