Welcome

My virtual playground. Meer info

Recent additions

Issue tracking

In het vak software-ontwerpproject leren we hoe een groep een project tot een goed einde kan brengen. Vooral de practische kant dan, want het vak bestaat uit 1 project waar we met 10 man aan werken.

Wat we uiteindelijk zullen moeten afleveren is, kort gezegd, een applicatie dat een gebruiker in staat moet stellen gegevens uit een MMS bericht (afbeelding, geluid, ...) naar een randapparaat te sturen (printer, projector, ...) via een Mobile Services Gateway (kortweg de server).
De architectuur voor zowel de client als de server werd door ons vorig semester onder projectvorm opgesteld in het vak “software-architectuur”.

Voor de versiecontrole zullen we Subversion gebruiken. Wat we voor bug- en issuetracking zullen gebruiken weten we nog niet. Ik besloot de zoektocht op mij te nemen en kwam terug met een selectie van de volgende producten:

  • Bugzilla: Wordt gebruikt voor veel grote projecten (mozilla, kde, ...). De installatie leek nogal opslachtig en de standaard gebruikersinterface ziet er nogal archaïsch uit. Waarschijnlijk overkill voor onze noden.
  • Trac: Python gebaseerd, gebruik maken van Subversion. De installatie is bijna niet mogelijk zonder administrator privileges. Verder heel mooi vormgegeven, maar beperkt qua functionaliteit.
  • The Bug Genie: Ziet er goed uit, maar mijn installatie vertoonde veel bugs en kon niet verder geëvalueerd worden.
  • Eventum: Gemaakt door hetzelfde bedrijf dat MySQL ontwikkeld. Eenvoudig te installeren, vrij goed qua functionaliteit. De interface is niet altijd even strak & overzichtelijk.
  • Flyspray: Kon niet geïnstalleerd worden. (rare foutmeldingen, voorspeld niet veel goeds over de robustheid)
  • Issue-tracker: Ziet er volledig uit. Uitgebreid gebruikersbeheer, groepenbeheer, ... Waarschijnlijk nog vrij veel geconfigureer nodig eer een optimale configuratie verkregen kan worden. Waarschijnlijk bedoeld voor grote groepen. Gebruikersinterface is vrij sober.

Goede kandidaten zijn dus Trac, Eventum en Issue-tracker. Hoogstwaarschijnlijk zal het tussen de laatste twee gaan.

25 February 2005, 16:09 | Link | Reacties [2]

Verslag Ierland

Hier een verslag van ons low-budget reisje naar Ierland, meer bepaald het schiereiland Dingle.

Low-budgetters zijnde, vlogen we met ryanair, dat vliegt op Shannon. Vanuit Shannon is het een drie uur durende busrit tot in Dingle (over Limerick en Tralee).

Dinsdag, 8 februari: dag 1

We landden rond een uur of twee in de namiddag in Shannon. Na een relatief lange busrit kwamen we tussen vijf en zes ’s avonds aan in Dingle. Nog snel even boodschappen doen en hup, met de rugzak aan de wijde wereld instappen. Na een uurtje stappen was het al donker en besloten we de tent op te zetten in een weide tussen de schapen.

Woensdag, 9 februari: dag 2

We besloten direct de bergen over te trekken naar de noordkant van het schiereiland. De pas over de bergen, meer bekend onder de naam Connor’s pass, was een straat. Avontuurlijk als we waren namen we natuurlijk een pad, of iets dat er ooit moet op geleken hebben. Toen we aan “het pad” aankwamen was er natuurlijk nergens een pad te bekennen. Het werd dus wat lukraak omhoog stappen door een gebied dat door de grote hoeveelheid water en mos eerder op een moeras leek.

Na de berg beklommen te hebben kwam ons pad terug op de straat uit. Zo gingen we verder naar het gehucht Cloghane. Daar mochten we bij de man die het toeristenbureau openhield een kopje thee gaan drinken. De man, Joe genaamd, was heel vriendelijk. Hij zoekt trouwens mensen die hem willen helpen om zijn door de vloed ondergelopen huisje op te knappen. In ruil geeft hij kost en inwoon.

Dan gingen we verder naar een ander gehucht, Brandon genaamd. Daar deden we onze laatste inkopen. Het weer werd echter iets guurder. We, eigenlijk vooral Wouter, besloten toch mount Brandon op te stappen om op de flanken een kampeerplek te vinden. Toen het weeral bijna donker was begonnen we de tenten op te zetten, maar door de heel hevige wind lukte dit niet zo goed. En eens ze rechtstonden, blaasde de wind ze direct weer plat. De tent van Djano hield er 2 geplooide buizen aan over. Gelukkig passeerde toen plots een jeep die ons in de problemen zag en aanbood om ons terug naar het dorpje te voeren. Na enig gebabbel merkte hij dat we nog compleet geen slaapplaats hadden en voerde ons naar zijn schoonvader. Gelukkig, want de storm werd steeds heviger.

Aangekomen bij de oude man bleek dat we zelfs in een echt bed mochten slapen! De man in kwestie was een gepensioneerde Engelsman die vroeger steam-engine engineer was. Boeiend! We babbelden nog gans de avond voor het haardvuur…

Djano bij het haardvuur Djano bij het haardvuur

Donderdag, 10 februari: dag 3

De derde dag begon relaxed. We werden wakker, aten ontbijt met een gekookt eitje en babbelden nog even met onze gastheer. Na het ontbijt stond hij erop dat we zijn hobbyruimte eens zouden bezoeken. Die stond vol met miniatuur stoommachines en de werktuigen om deze te maken. Indrukwekkend!

Onze gastheer Onze gastheer in zijn “workshop”. Bemerk links een miniatuur-stoommotor.

We mochten nog een ganse week blijven maar zoals het echte avonturiers beaamt gingen we verder het onbekende tegemoet! Na afscheid genomen te hebben vertrokken we richting mount Brandon. Het beloofde een lange klim te worden.

Het pad (beter: het gebied tussen twee opeenvolgende paaltjes) werd steeds stijler naarmate we de top naderden. Door de dichte mist hadden we ook moeite om te zien waar het volgend “paaltje” stond. Het dient ook opgemerkt te worden dat onze anders zo stoere Djano steeds meer moeite had ons tempo te volgen. De weg naar beneden was mooier want minder stijl en dus uitgestrekter (voor zover we door de mist daar iets van zagen).

Waar zitten we? Wouter zoekt de weg

Aan de voet van mount Brandon Genieten van het uitgestrekte, lege landschap

Djano aan het pissen Djano houdt een sanitaire stop

Daarna stapten we nog een ganse tijd langs de kust verder tot we een ideaal kampeerplekje gevonden hadden. Net op tijd want het begon te regenen!

Vrijdag, 11 februari: dag 4

En het bleef de ganse nacht doorregenen. ’s Morgens stopte het even met regenen en we haastten ons om de tent af te breken. Helaas begon het daarna opnieuw te regenen. De rest van de weg naar Dingle stapten we door de regen op een straat.

In Dingle aangekomen aten we in een gezellig dingetje fish ‘n chips. Lekker calorierijk, want dat hadden we wel nodig! We namen afscheid van Wouter—want die moest zaterdag al terug thuis zijn—en gingen op zoek naar een jeugdherberg. Ja, een jeugdherberg. Dan konden we tenminste ons natte kleren eens drogen!

De dichtstbijzijnde jeugdherberg bleek te Grapevine hostel te zijn. Behalve een vriendelijke Duitser en enkel vrouwen die het Gaelic bestudeerden was er niet zo veel volk. Gelukkig maar want de gezellige gemeenschapsruimte-met-openhaard was niet zo groot. We droogden onze spullen, deden nog wat inkopen en brachten de avond door met een boek voor de openhaard!

Zaterdag, 12 februari: dag 5

Djano had sinds de dag voordien veel last aan zijn voet, dus besloten we niet verder te gaan. In de plaats daarvan sliepen we uit, douchten eens en we ontbeten op ons gemak. In de namiddag wandelden we eens tot aan de vuurtoren net buiten Dingle. Helaas denk ik dat we verkeerdelijk een oude wachttoren als vuurtoren aanschouwden en dus te vroeg terugkeerden. Djano’s slechte voet en de orkaanwind zullen hier ook wel in meegespeeld hebben…

Een schapenweide bij Dingle Yours truly op weg naar the lighthouse

Hierna gingen we in Dingle een stuk taart en een potje koffie drinken. Ondertussen schreven we ook nog wat kaartjes. Dan trokken we terug Dingle uit op zoek naar een geschikt kampeerplekje. Na een goed uur stappen vonden we een ideale schapenweide. We konden onze tent net tegen een rij bomen zetten zodat de nog steeds felle wind ons tentje niet omverblaasde. Onder het getik van de regen en het geschud van de tent vielen we in slaap.

Zondag, 13 februari: dag 6

De wind blaast in onze tent Net als gans de nacht had de wind het in de ochtend nog steeds op onze tent gemunt

We besloten terug te keren naar Limerick om daar onze laatste “echte” dag door te brengen. Rond een uur of 12 begonnen we te liften, in de hoop van tegen de avond in Limerick (meer dan 150km verder) aan te komen. We hadden geluk: na vijf minuutjes liften stopte al een vriendelijke Amerikaan die toevallig langs Limerick moest. Ideaal! Tegen een uur of 4 kwamen we aan. Djano haalde zijn trotter boven om een hostel te zoeken. Na een tijdje zoeken kwamen we tot het besluit dat de jeugdherberg waar we op zoek naar waren recentelijk afgesmeten en vervangen was door een appartementsblok. Het was zondag, dus de toeristeninfo was ook al gesloten. Na alweer een tjidje zoeken en rondvragen kwamen we tot de pijnlijke constatatie dat in Limerick (> 120.000 inwoners) geen hostel te vinden was.

We besloten dan maar aan huizen aan te bellen om te vragen of we niet in hun tuin mochten kamperen. Het eerste huis was alweer direct bingo. Er bleken verschillende oude dametjes te wonen. Helaas, zeiden ze, konden ze ons niet toelaten in hun tuin te kamperen. Aangezien ze ons niet met lege handen naar buiten wouden sturen maakten ze snel enkele boterhammen klaar voor ons. Met onze Burger King hamburger nog op onze maag besloten we uit dank alle boterhammen op te eten. Het was er één teveel…

Op aanraden van de oudjes gingen we naar de abdij een paar straten verder, die hadden een pleintje waar we allicht onze tent wel zouden mogen opstellen. De zondagavondmis was juist bezig. In tegenstelling tot de Belgische kerken zat deze kerk stampvol. De mensen stonden tot in het portaal. Na de mis gingen we bij de pastoor van dienst en vertelden hem ons probleem. Het was in orde. De priesters en broeders nodigden ons vriendelijk uit om in hun achtertuin te kamperen.

Na enig gediscussieer onder de geestelijken bleek dat ze zelfs nog een kamer vrij hadden waar we gerust konden overnachten. Nog beter! Dus we installeerden ons in die kamer en dronken een potje thee met een vriendelijk broeder genaamd Brother Seamus. Tijdens het vertellen van onze avonturen op mount Brandon bleek dat die broeder 50 jaar eerder meegeholpen had met het plaatsen van de paaltjes op die mount Brandon. Van toeval gesproken! Net zoals de andere inwoners van de abdij gingen we vroeg slapen.

Djano in het klooster Lekker comfortabel in onze kloosterkamer

Maandag, 14 februari: dag 7

Na een rustig ontbijt tussen de broeders en wederom een uitnodiging om nog wat langer te blijven pakten we onze spullen, namen afscheid en trokken opnieuw richting Limerick-centrum.

Voor de mensen die ook via Shannon naar Ierland gaan en er over nadenken dit stadje eens te bezoeken: niet doen!!! Er valt absoluut niks te beleven.

In de namiddag begaven we ons naar de baan richting Shannon om al liftend op de luchthaven te komen. Weeral hadden we geluk. Na nog geen vijf minuten konden we meerijden met een geïmmigreerde Chileen die ons tot Shannon-dorp bracht. Vandaar was het een goed halfuur stappen tot de luchthaven.

Hierna restten ons 15 uur van vooral verveling, weinig slaap en nog eens verveling. Wachten op een vliegtuig kan lang duren!

Maar we waren tevreden. Ondanks het mindere weer hadden we toch weer het één en ander meegemaakt. Budgettair was het weer een hoogvlieger: € 82 voor de vlieger naar Shannon en een € 50 ter plaatse opgedaan. Wie doet beter?

18 February 2005, 09:39 | Link | Reacties [2]

Ierland

Met de tent naar Ierland ofte reizen met een heel klein bugdet. Hopelijk veel zon, weinig regen en adembenemende landschappen. Ook een goede reis gewenst aan Frederik!

7 February 2005, 09:28 | Link | Reacties [2]

Vanwaar komen standaarden?

Enige jaren geleden vroegen enkele mensen zich af waarom de Amerikaanse spoorweg-standaard de afstand tussen de 2 sporen als 4 voet en 8-1/2 duim oplegde. Vanwaar die vreemde lengte? Het onderzoek begon…

Er waren twee redenen voor deze vreemde lengte:

  • compatibiliteit met oudere en reeds bestaande systemen, en
  • kennis en ervaring die de spoorwegbouwers hadden opgedaan bij de Britten

Meer precies waren de eerste Amerikaanse spoorwegbouwers opgeleid in Groot-Brittannië en gebruikten ze Britse gereeschappen.

De Britten op hun beurt gebruikten deze standaard om dezelfde redenen als de Amerikanen: compatibiliteit en ervaring. Ervaring haalden ze in huis door trambouwers aan te werven als spoorwegbouwers (trams bestonden immers reeds voor de trein). Deze gebruikten dezelfde gereedschappen die gebruikt werden om tramsporen aan te leggen.

Maaaarrrr, waarom gebruikten die trambouwers dan die lengte? Wel, opnieuw hetzelfde verhaal. De eerste trams werden gebouwd volgens de karren en koetsen uit die tijd, en opnieuw met het gereedschap die ze voor handen hadden.

Dus de vreemde maat die de Amerikaanse spoorwegen gebruiken gaat terug tot de tijd van de karren en koetsen in Groot-Brittannië.

Het verhaal is echter niet niet gedaan. De karrenmakers gebruikten die breedte omdat ze beperkt waren door hun omgeving. Een grotere of kleinere afstand tussen de wielen zou voor problemen gezorgd hebben. Enerzijds omdat de wegen een slechts een bepaalde breedte hadden. Anderzijds hadden andere karren reeds sporen en geulen gemaakt in de wegen.

En we gaan door. Waarom hadden de meeste karren dan zo’n breedte? Wel de eerste wegen in West-Europa werden meer dan tweeduizend jaar geleden aangelegd door de Romeinen. Op sommige plaatsen werden groeven in de wegen aangebracht omdat de karren in die tijd nog draaiende assen hadden. Een bocht zou er voor zorgen dat de kar op het bolle (voor de drainage!) wegdek zou wegschuiven. Die groeven waren volgens de breedte die hun strijdwagens hadden. Ze legden die wegen immers aan om hun leger sneller te kunnen verplaatsen.

Dus de conclusie. De huidige Amerkaanse spoorwegstandaard gaan terug tot de tijd van de Romeinen en de breedte van hun strijdwagens!

Ok, dat was het dan. Tot de volgende keer. Daaaag!
Daa-aag zei ik.

U bent hier nog?! Wat?? U vind dit verhaaltje vrij ongeloofwaardig? En mijn historische argumentatie dan!? Te ver gezocht? Tsssss.

Wel, u heeft gelijk. Deze intrigerende legende doet al tientallen jaren de ronde. Helaas is ze niet correct.
De groeven in de Romeinse wegen hadden immers geen bepaalde breedte: één groef aan de buitenkant van de weg volstaat immers om de kar “op het goede spoor” te houden. De tijd tussen de Romeinse wegen en de eerste trammen is ongeveer veertienhonderd jaar. Dat is vrij lang zoals u weet, en het is absurd te denken dat de afstand tussen de wielen al die tijd exact 4 voet en 8-1/2 duim is gebleven. De grootste fout in deze legende is echter dat de spoorwegstandaard pas op het einde van de negentiende eeuw is vastgeleegd. De grote verscheidenheid aan spoorwegbouwers noopte de regering een algemene standaard voor te schrijven. Ze kozen na veel gediscussieer de breedte die de langste spoorlijn had. En deze was nu 4 voet en 8-1/2 duim. Een andere spoorlijn had een breedte van exact vijf voet, maar werd niet uitgekozen.

22 January 2005, 09:17 | Link | Reacties [2]

Alexander vs. VS

Oliver Stone in een interview in de Metro, gedeelte film & “entertainment”:

De meeste imperiums maakten routes naar hun kolonies en namen de rijkdommen mee naar huis.
Amerika neemt nu de olie uit het verre Oosten mee en zuigt andere continenten zoals Zuid-Amerika leeg. Dat heeft Alexander nooit gedaan.

Wil Stone hier zijn politieke ideeën uiten, of worden deze feiten tegenwoordig als vanzelfsprekend beschouwd?
Feit is dat, als het aan Bush en de zijne ligt, de VS van plan is “hun kolonies” uit te breiden.

18 January 2005, 15:48 | Link | Reacties [3]

Examenstress

Noot aan mijzelf:

Cursus systeem en signaalanalyse, pagina 2:

Nobody said it was easy

17 January 2005, 17:00 | Link | Reacties

Anekdotes

Lessen zijn altijd iets toffer en ontspannender wanneer de prof in staat is de lessen op te fleuren met een historische anekdote over de leerstof. kuch

Fourier Men schrijve het jaar achttienhonderd. Joseph Fourier, die lange tijd bij het toenmalige leger van Napoleon werkte, begon te werken aan een theorie over het gedrag van “warmte”. Vermoedelijk hadden zijn werk bij het leger een nood aan een dergelijke theorie doen inzien. Denk maar aan de opwarming van de loop van een geweer of een kanon.
Nu, in 1807 had hij zijn werk getiteld “Over de voortplanting van warmte in massieve lichamen” klaar. Uit zijnde een wetenschappelijke publicatie en respect van de academische wereld, zond hij zijn werk op naar de academie in Parijs. Daar werd zijn werk bestudeerd door onder andere Lagrange en Laplace, die ook nu nog bij de grootste wiskundigen van hun tijd horen.
Tijdens zijn onderzoek kwam Fourier enkele vervelende hindernissen tegen. Zo moest hij bepaalde partiële differentiaalvergelijkingen oplossen, iets dat niemand hem voorgedaan had. Op een uitzonderlijk ingenieuze manier slaagde hij in zijn opzet. Hét probleem waar Langrange en Laplace echter over struikelden, was Fouriers bewering dat elke functie kon opgebouwd worden uit sinussen en cosinussen. De volgende geanimeerde grafiek toont hoe de “blokfunctie” weergeven kan worden door middel van sinussen en cosinussen (elke stap in de animatie is een verbetering):

Fourierfunctie

Aan de “pieken” die u kunt zien en het feit dat die niet echt “lager” worden, kunt u min of meer afleiden dat de functie wellicht nooit helemaal dezelfde wordt. Helaas was het begrip en de theorie rond convergentie toen nog niet uitgevonden, dus kreeg Fourier het deksel op de neus.

Gevolg was dat de academie weigerde Fouriers baanbrekend werk te publiceren. Fourier, die niet opgezet was met de kritiek van zijn collega’s, besloot zijn werk zélf te publiceren, geld had hij immers genoeg. Vandaag de dag komen de zogenaamde fourierreeksen, fouriertransformaties, _warmte- en snaarvergelijkingen in zoveel vakgebieden voor, dat het ondenkbaar is dat Lagrange en Laplace er ooit aan twijfelden. Zo ziet u maar dat zelfs de grootsten der aarde het soms bij het verkeerde eind hebben!

Nog even snel een andere flater: De u wel bekende Gauss beweerde dat de reeks (1-1+1-1+1-1…) gelijk is aan 1/2 (in de limiet naar oneindig). Hoe hij daaraan kwam? Wel (1-1) = 0, dus u kan de reekt ook schrijven als ( (1-1) + (1-1) + (1-1) + ...) = 0. Helaas is er nog een tweede optie: (1 + (-1 + 1) + (-1 + 1) + ...) = 1. Dus dacht Gauss, laten we het gemiddelde nemen, zijnde 1/2.
Toch grappig…

NB: het examen Analyse viel goed mee, maar het is misschien toch wel tijd voor iets anders…

16 January 2005, 14:28 | Link | Reacties

Older articles | Newer articles